
ORTHODOX THEOLOGISCH INSTITUUT
APOSTEL PAULUS
Opleidingsplan
Opleidingsplan jaar 1
1. Oud Testament​
​
-
​V. A. Kniazeff: “Algemeenheden en de Pentateuch”​​​
​
Vak O.T. partim “Algemeenheden en Pentateuch”. Inleiding. Versies. Canon van de Bijbel. Het land van de Bijbel. Geschiedenis van het volk van de Bijbel. Inleiding en voorstelling van de boeken van de Pentateuch.
Examenvorm: “algemeenheden” schriftelijk (1u30). Cursus: Kniazeff.
-
V. A. Kniazeff: “De Psalmen”
​
Vak O.T. partim “De Psalmen”. Inleiding tot de verschillende thema’s die de samenstelling van het boek der psalmen beheerst.​
​
Examenvorm: “De Psalmen” mondeling. Cursus: Kniazeff.
​
-
V. T. Hopko: “het Oude Testament en de geschiedenis van het heil”
​
Vak O.T. partim Enkele OT thema’s nader bekeken waarvan het Nieuwe Testament getuigt.
​
Examenvorm: mondeling. Cursus: Hopko.
Lectuur: de Pentateuch en de psalmen. Genesis en Exodus dienen vooraf gelezen te zijn.
2. Nieuw Testament​
​
-
V. Th. Hopko: “inleiding tot het Nieuwe Testament”.
Bondige omschrijving van alle boeken van het NT met verwijzing naar sommige teksten.
​
-
V. N. Koulomzine: “de Ecclesiologie van Paulus”.
​
Over de verschillende aspecten van wat en wie de Kerk is en wie Gods volk is. Beiden worden belicht vanuit het OT naar het NT.
​
Examenvorm: mondeling over de cursussen, één brief van Paulus presenteren (met behulp van een schriftelijke voorbereiding die ook afgegeven wordt).
​
Lectuur: de Synoptici, de Handelingen der Apostelen en de Brieven van Paulus.
​
3. Kerkgeschiedenis
​
-
“Inleiding tot de geschiedenis van de Orthodoxe Kerk”.
Deel 1. “Beknopt historisch overzicht van de eerste eeuw tot het einde van de 19de eeuw”.
Deel 2. “De Orthodoxe Kerk in de 20ste eeuw”.
Aanbevolen lectuur: Protopresbyter Prof. Dr. A. Hopko:
“The Orthodox Faith”. Volume III - Church History (https://www.oca.org/orthodoxy/the-orthodox-faith/church-history).
Een verdere literatuurlijst zal gegeven worden tijdens de eerste les.
​
Examenvorm: schriftelijk.
​
4. Patrologie
​
-
V. G. Florovsky: “de Apostolische Vaders, de Apologeten en de Vaders tot de IVde eeuw”.
​
Inleiding tot de kerkvaders van de periode voor de eerste oecumenische concilies, eerst de apostolische Vaders, en ook de apologeten.
​
Examenvorm: mondeling met een vragenlijst.
5. Hagiologie
​
-
V. A. Kniazeff en S. Deicha: “inleiding tot de hagiologie”.
​
Heiligen zijn in de geseculariseerde wereld een uitdaging voor een gelovige. Heiligenlevens bevinden zich in een veld tussen legende en feit. De student wordt aangemoedigd om doorheen een kritische benadering van de hagiologie de kerngedachten uit de hagiografie te ontdekken.
​
Examenvorm: een schriftelijk werk met mondelinge verdediging.
​
Lectuur: de hagiografie van de grote heiligen.
6. Liturgische Theologie
​
-
V. T. Hopko: “de Kerk, de sacramenten, de liturgische cycli, de feesten”.
​
Een eerste benadering van de liturgie van de Kerk, liturgie in de brede zin van het woord.
​
-
V. A. Schmemann: "De Eucharistie"
Een eerste benadering van de eucharistie als sacrament.
Examenvorm: mondeling.
Lectuur: “Het mysterie van de eucharistie, ontstaan en verklaring van de Byzantijnse eucharistische Liturgie (deel 1)” (V. H. Paprocki).
7. Dogmatiek
​
-
V. T. Hopko: “het orthodoxe geloof”.
De student maakt kennis met de eerste dogmatische fundamenten van het christelijk en orthodox geloof.
Examenvorm mondeling.
​
-
V. B. Bobrinskoy: I. “Het mysterie van de Drie-Eenheid in het Oude en Nieuwe Testament”.
De student maakt kennis met de dogma’s, wegwijzers van de Orthodoxe Kerk, met hun ontstaan, inhoud en problematiek. Aan de hand van iconografisch materiaal wordt de Drie-Eenheidsleer in het Oud Testament belicht.
Examenvorm: mondeling met een vragenlijst.
Lectuur: “De weg van Christus” (Mgr. Kallistos Ware).
8. Sacrale kunst in de orthodoxe kerk
​
-
Byzantijnse kerkelijke architectuur en monumentale decoratiekunst
​​
De cursus bestaat uit twee delen. Het eerste luik behandelt de wortels van de christelijke architectuur en monumentale decoratiekunst. Die zullen zich verder ontwikkelen in de context van het Byzantijnse keizerrijk om rond het jaar 1000 een echt hoogtepunt te bereiken. Na de val van Constantinopel blijft deze rijke erfenis voortleven in het Byzantijnse Gemenebest. Bovendien zal deze erfenis door de nieuw-gedoopte Slavische volkeren worden overgenomen en een eigen karakter verwerven. Zo bekijken we in het tweede luik van de cursus vooral de ontwikkelingen in Rusland. Het belang van de Russische religieuze kunst kan binnen de context van de globale orthodoxe kerkelijke kunst immers niet onderschat worden.
​
In deze cursus is er ook gekozen voor een onderzoek naar de relatie tussen de kunst en de christelijke eredienst. We bekijken in welke mate de architecturale vorm en de monumentale decoratiekunst de cultusfunctie dienen.
De cursus is gebaseerd op de cursussen van Prof. Dr. E. Voordeckers die hij aan de UGent doceerde.
Tijdens de lessen worden talrijke voorbeelden geprojecteerd. De studenten krijgen een gedrukte syllabus. De examenvorm wordt bij het begin van de eerste les medegedeeld.